Zelfstandigenwet: ruimte voor echte zelfstandigheid, ook aan de top van de markt van Financiële professionals. 

Als aangesloten partner van de RIM en BOVIB volgt FinanceFactor de ontwikkelingen rondom de nieuwe zelfstandigenwetgeving op de voet en levert waar relevant vanuit de praktijk een bijdrage aan de dialoog. Een update van de laatste ontwikkelingen lees je hier: 

De contouren van de nieuwe Zelfstandigenwet roepen een fundamentele vraag op: hoe onderscheid je schijnzelfstandigheid van professioneel ondernemerschap, zonder de werkelijkheid van hoogwaardige interim-inzet geweld aan te doen? Voor hoger opgeleide zzp-professionals is dat geen theoretische discussie. Het raakt rechtstreeks aan hun positie, hun verdienmodel en de manier waarop opdrachtgevers toegang houden tot schaarse expertise. 

Tijdens een gesprek tussen minister Aartsen en een coalitie van RIM, VvDN, Bovib, ABU en NBBU is precies dit punt scherp neergezet. De kernboodschap: beoordeel zelfstandigheid niet uitsluitend aan de hand van formele kenmerken of eenvoudige telregels, maar kijk naar de materiële praktijk van de opdracht.

Twee toetsen, één werkelijkheid

Het voorgestelde kader kent twee onderdelen: een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. In de eerste toets staan onafhankelijkheid, vrijheid en werken voor eigen rekening en risico centraal. Daarbij zouden onder meer het aantal opdrachtgevers, voorzieningen voor risico’s zoals pensioen of beroepsaansprakelijkheid, en aspecten als KvK-inschrijving en facturatie worden betrokken. De werkrelatietoets richt zich vervolgens op zelfstandigheid in de feitelijke uitvoering: onafhankelijkheid, afwezigheid van gezag en eigen rekening en risico.

Op papier is die opzet begrijpelijk. De markt heeft behoefte aan vooraf duidelijkheid. Professionals willen weten waar zij aan toe zijn; opdrachtgevers willen voorkomen dat zij achteraf met arbeidsrechtelijke, fiscale of sociale zekerheidsrisico’s worden geconfronteerd. Maar duidelijkheid mag niet omslaan in een mechanische benadering die geen recht doet aan senior interim-management, programma- en projectdirectie of specialistische expertise.


Drie opdrachtgevers is geen ondernemerschapstoets

Een veelbesproken criterium is de gedachte dat een zelfstandige in twee jaar minimaal drie opdrachtgevers moet hebben gehad. Voor een deel van de zzp-markt kan dat een bruikbaar signaal zijn. In het hogere segment is het echter een zwakke maatstaf.

Een interim-CFO, transformatie-directeur of programmamanager werkt geregeld twaalf, achttien of zelfs vierentwintig maanden aan een complexe opdracht. Juist de duur, zwaarte en strategische betekenis van zo’n opdracht maken het onrealistisch om van meerdere parallelle of opeenvolgende opdrachtgevers uit te gaan. Een langdurige inzet bij één organisatie zegt op zichzelf weinig over de aard van de werkrelatie.

Het risico van een harde kwantitatieve norm is bovendien voorspelbaar: “window dressing”. Professionals kunnen zich gedwongen voelen om kleine, kunstmatige nevenopdrachten te organiseren, niet omdat die economisch of inhoudelijk zinvol zijn, maar om aan een toets te voldoen. Daarmee ontstaat administratieve schijn in plaats van inhoudelijke duidelijkheid.

Uurtje-factuurtje kan wel degelijk risico dragen

Ook de aanname dat facturering op uurbasis per definitie betekent dat geen sprake is van werken voor eigen rekening en risico, verdient nuancering. In de wereld van interim-management en hoogwaardige expertise wordt vaak op uren gefactureerd, terwijl de professional wel degelijk commercieel risico loopt.

Wanneer een opdrachtgever onvoldoende tevreden is over de geleverde prestaties, kan een factuur geheel of gedeeltelijk onbetaald blijven. Dan is niet alleen inspanning geleverd, maar is de betaling mede afhankelijk van de kwaliteit, voortgang en impact van het werk. Dat is ondernemingsrisico, ook als de prijsafspraak technisch wordt uitgedrukt in een uurtarief.

Daar komt bij dat zelfstandige professionals investeren in expertise, reputatie, acquisitie, verzekeringen, pensioenvoorzieningen, continuïteit en perioden zonder omzet. Hun ondernemerschap is dus breder dan de betalingsvorm van één specifieke opdracht.

Geen leiding en toezicht, wel opdrachtgeverschap

Bij senior interim-professionals is het onderscheid tussen leidinggeven aan en leiding ontvangen van groot belang. De opdrachtgever formuleert de opgave, de gewenste resultaten en de bestuurlijke context. Maar de professional organiseert de uitvoering vanuit eigen vakmanschap, ervaring en verantwoordelijkheid.

Dat is iets anders dan klassiek hiërarchisch gezag. De opdrachtgever mag toetsen, spiegelen en bijsturen op resultaten; een interim-professional hoeft daardoor niet in een werkgeversrelatie te staan. Zeker bij zeer ervaren professionals wordt juist verwacht dat zij zelfstandig opereren, moeilijke afwegingen maken en op gelijkwaardig niveau met bestuur, directie of toezichthouders communiceren.

De coalitie pleit daarom terecht voor een materiële beoordeling. Als bij het vaststellen van gezag wordt gekeken naar de feitelijke praktijk bij de opdrachtgever, moet dat ook gebeuren bij het bepalen van werkgeverschap. De rol van een bureau is daarbij veelal die van bemiddelaar, agent of impresario niet automatisch die van werkgever.

Wat professionals nu kunnen doen

Voor hoger opgeleide zzp’ers is afwachten geen strategie. Wie zijn zelfstandige positie duurzaam wil onderbouwen, doet er verstandig aan de praktijk expliciet te organiseren en vast te leggen:

  • Werk met een heldere opdrachtformulering, waarin resultaat, zelfstandige verantwoordelijkheid en afbakening van de rol concreet zijn beschreven.
  • Leg vast welke professionele en commerciële risico’s u zelf draagt, bijvoorbeeld rondom aansprakelijkheid, herstelwerk, niet-betaalde prestaties, verzekeringen en eigen voorzieningen.
  • Maak zichtbaar dat u autonoom opereert: eigen methode, eigen planning, eigen professionele oordeel en ruimte om opdrachten te aanvaarden of te weigeren.
  • Borg dat evaluaties gaan over voortgang, kwaliteit en resultaat niet over dagelijkse aansturing als ware sprake van een werknemer.
  • Houd de feitelijke uitvoering in lijn met het contract; uiteindelijk zal juist die materiële werkelijkheid zwaar wegen.

Duidelijkheid vraagt volwassen onderscheid

De ambitie van de Zelfstandigenwet vooraf meer helderheid is legitiem en noodzakelijk. Maar de wetgeving moet onderscheid kunnen maken tussen kwetsbare schijnconstructies en bewezen, professioneel ondernemerschap. Een ervaren zelfstandige die tijdelijk een complexe veranderopgave leidt, vanuit eigen expertise en met aantoonbaar commercieel risico, is niet minder zelfstandig omdat de opdracht lang duurt of omdat er via een bureau wordt bemiddeld.Voor FinanceFactor en haar netwerk is de inzet helder: behoud de flexibiliteit en kwaliteit van de top van de interim-markt, maar organiseer die op een transparante en verdedigbare manier. Niet de vorm alleen, maar de feitelijke zelfstandigheid moet leidend zijn. We blijven alle ontwikkelingen rondom de zelfstandigenwet op de voet volgen.

Contactformulier (algemeen?)